12/09/2019
En wat nu? De wet vergat mijn beroep.
3 jaar hogeschool werden succesvol beëindigd. Ik werd op papier een tuin- en landschapsarchitecte, gevolgd door 20 jaar praktijkervaring in een tuinaannemersbedrijf. Ik leerde er theorie omzetten in praktijk door letterlijk mee de handen uit de mouwen te steken, maar ook om samen te werken. Conclusie? Ontwerpen is het gemakkelijkste! Het is de ‘fun-part’ van mijn werk.
Belangrijker is het om de realiteit niet uit het oog te verliezen.
1. Hoe houd je klanten met de voeten op de grond, de financiële balans tussen willen en kunnen in evenwicht en de gehele lijst tuindromen wettelijk?
2. Hoe behoud je het overzicht bij uitvoering in combinatie met een strakke timing? Hoe los je problemen, waar een (tuin)aannemer op botst, liefst onmiddellijk op en voorkom je een (financiële) fiasco voor de klant?
Daar zit -voor mij- de essentie van mijn beroep als tuin- en landschapsarchitecte. De meerwaarde voor klanten en de ontbrekende schakel voor (tuin)aannemers. Maar ook de missing link in het wettelijk verhaal want in de tuin sluit men al gauw de ogen voor bouwmisdrijven. Iedereen doet het toch?
Waar loopt het fout? Opleiding? Gedachtengang? Politiek? Wet?
Overal een beetje omdat alles evolueert, zo ook mijn beroep.
Mijn dienstenaanbod is gelijklopend met het aanbod van een architect, maar mijn opleiding niet.
Wanneer (praktijk)ervaring en tijd dit grotendeels opvangen, botst ik op het volgend probleem.
De wet vergat namelijk TUIN voor architect te plaatsen bij het opstellen van de voorschriften voor een omgevingsvergunning. Tot 40 m2 bijgebouw mag een eigenaar van een vergunde woning zelf zijn omgevingsvergunning opstellen, groter dan is een architect nodig. Waarom geen tuinarchitect? Is het niet logischer dat het bijgebouw behoort tot de omgeving? Waarom niet het onderscheid maken tussen een gebouw voor wonen (meerdere verdiepingen) en een nutsgebouw (4 muren en een dak, niet te gebruiken als woonst) in de omgeving? Dit ter bescherming van beide beroepen, maar ook om het onderscheid tussen beide beroepen duidelijk te omschrijven. Een architect creëert een gebouw om in te wonen, een tuin- en landschapsarchitect creëert de omgeving waar ook een bijgebouw toe kan behoren. Een bijgebouw om spullen in op te bergen (tuinberging), om te genieten (loungehoek/buitenkeuken), om dieren in onder te brengen (stalgebouw), maar NIET om in te wonen. Dat zou voor iedereen het verschil kunnen maken.
We zijn geen concurrenten van elkaar, maar complementair aan elkaar.
Een architect levert schitterend werk binnen de 4 muren van een woonst, een tuin- en landschapsarchitect erbuiten. De ene staat echt niet te springen om het werk van de andere te doen. Maar de wet vergat TUIN voor architect en dus wordt de architect verplicht tot het uittekenen van bijgebouwen groter dan 40m2. Voor hem/haar een opdracht ‘de soep de kolen niet waard’ want opbrengst versus aansprakelijkheid maakt dit gebouw absoluut niet interessant, voor de tuinarchitect echter een kluifje naar zijn/haar hand.
Als tuin- en landschapsarchitecte wil ik eerherstel van mijn beroep.
Een beroep dat ooit prestigieus was en gewaardeerd werd, gezien de vele, grote en kleine, kasteelparken in binnen- en buitenland. Sommige zijn zelfs ingenieuze meesterwerken, zoals de Watertuinen van Annevoie.
1. Ik ben geen tuinaannemer want ik lever geen handenarbeid.
2. Ik ben geen architect want ik creëer geen huizen.
Ik ben de TUINarchitecte, de ontbrekende doch noodzakelijke schakel tussen beiden.
Ik richt mij tot éénieder van u; klant, politicus, wetgever, collega-architect.
Ik wil mijn werk kunnen doen; in ‘eer en geweten’ en met heel veel enthousiasme (ondertussen al 22 jaar)
Ik wil betaald worden voor mijn diensten, net als iedereen.
Ik wil erkend worden als tuin- (en landschaps-) architecte.
Eén klein woordje maakt hier het verschil…
Momenteel voel ik mij David tegen Goliath. Hoe kan ik iets veranderen?
Alleen? Niets!
Zal iemand het voor mij doen? Neen!
Misschien kan ik het verschil maken? Waarom niet?
Dus beste collega’s tuinarchitect(e), maar ook aanverwante collega’s architect(e), geef uw mening door.
Steven Goossens, opleidingshoofd aan de Erasmushogeschool Brussel kan misschien een verschil maken door de opleiding Tuin- en Landschapsarchitectuur uit te breiden volgens noodzaak.
De tuinbeleving evolueert. Mensen willen onthaasten ‘snel en kortbij’. De tuin lijkt mij daar ideaal voor!
Beste vakgroeperingen,
Ik voel me meer aanverwant bij architecten, dan bij tuinaannemers. Mijn eigen vakgroep is klein, zoekend en naar mijn mening misschien wat moegestreden. Je zou voor minder als je geen stem krijgt, immers ’ongekend is onbemind’.
Beste wetgever, politici,
Iedereen heeft het over milieu en de toekomst.
Iedereen loopt zichzelf voorbij om mee te kunnen.
Wat als wij tuinarchitecten een heel klein beetje ‘oplossing’ naar voren kunnen schuiven?
Zorgen dat mensen in hun tuin tot rust kunnen komen, dat mensen in hun tuin een vakantiegevoel kunnen beleven, zorgen dat tuinaannemers/architecten zich kunnen beperken tot hun eigen werk, zou dat dan niet mooi zijn? Zou dat geen heel klein beetje vooruitgang zijn? Niet wereldschokkend of met immense gevolgen, maar wel eentje kortbij en op mensenmaat.
Hoe?
Vul aan wat u vergeten bent! Voeg TUIN toe aan de wetteksten.
Maak ons terug noodzakelijk want u vergat mijn beroep.
Alvast dank bij voorbaat aan éénieder die mee het verschil wil maken,
Tania Schroeyers, praktiserend TUIN- en landschapsarchitecte in hart en nieren.